Facebook Instagram
Menu

500 jaar Carolus Clusius

Door Aad van Ruiten
Sint Jozefkerk Op 19 februari 2026 vierden we de 500e geboortedag van Carolus Cluisius. Omdat hij de brenger is van de tulp uit Azië naar Europa -en dus ook naar Nederland- besteden we daar aandacht aan.

De tulp komt van heel ver: van de flanken van het Pamirgebergte, te weten de Tiensjan bergen in de Himalaya. Turkse nomaden brachten de bolletjes in de 10e en 11e eeuw mee naar Perzië en later naar Turkije. In -toen nog- Constantinopel werden ze in de tuinen van de Sultan geplant en groeiden er wonderwel. In talloze afbeeldingen in gebouwen en beschilderde ramen kom je de sierlijke afbeeldingen van tulpen tegen. Ook de naam komt uit het Turks. Ze noemden hem tulipan: tulband.

Eeuwenlang werden de tulpen via de zaden verhandeld. Stel je voor: 6 jaar wachten op een bloemetje. In 1345 werden de eerste tulpen over de Dardanellen gespot en begin 16e eeuw in Europa. Nu komt Carolus Clusius in beeld. Hij werd geboren als Charles de L'Écluse in Arras, Frankrijk. Hij studeerde rechten, medicijnen en plantkunde en zocht in heel Europa, maar vooral in Italië en Spanje, naar geneeskrachtige planten. Contacten met collega's ging toen uiteraard nog met brieven via de postkoets. Er is uitgerekend dat hij wel 4000 brieven schreef naar anderen, veelal plantkundigen.

Eén van zijn vrienden, Ogier Gisleen van Busbeke was ambassadeur van de Duitse Keizer in Turkije en had daar tulpen in bloei gezien. Toen hij Clusius in 1573 in Wenen ontmoette bezorgde hij hem de nodige zaden en bollen voor zijn keizerlijke medicinale kruidentuin. Een ander verhaal is dat de eerste bollen rond 1570 met de boot uit Constantinopel bij een apotheker in Antwerpen arriveerden. Denkend dat het uien waren, bakte hij er een deel en at ze op. De rest kieperde hij in de tuin waar een paar jaar later bloemen opkwamen. Die werden gered door een liefhebber van planten, ene Joris van de Rije, die ze verder opteelde en verhandelde.

Clusius werd in 1592 benoemd in Leiden waar hem een betrekking werd aangeboden aan de medische faculteit van de universiteit van Leiden. Hij bracht, naast de vele planten, al zijn bollen mee en kreeg er 1000m2 tuin. Cluisius' roem was wijdverbreid vanwege de vele gedetailleerde beschrijvingen van planten. In 1601 verscheen zijn meesterwerk 'Rariorum Historica'.

 Nu over de bollen. Er is veel over de tulpen gepubliceerd, vooral het verschijnsel van de gebroken bloemen trok de aandacht. Veel later bleek dat het een virusinfectie was. Halve bollen van een zieke en een ongevlamde tegen elkaar wrijven en je had weer een gevlamde. Clusius had ze ook en hij klaagde dat er uit zijn tuin waren gejat!

Op zoek naar de oorsprong van de tulp ging in 1917 de jonge Dirk Lefeber op reis. Ingescheept aan boord van een stoomvrachtvaarder kwam hij aan in St. Petersburg, reisde door naar Moskou en kwam via omzwervingen terecht in het Pamirgebergte waar hij de gezochte 'wilde bolletjes' vond. Ook eind 1900 gingen bollenjongens naar de oorsprongvelden. Met gidsen gingen Wim Lemmers en Sjaak de Groot op zoek. Beiden hebben prachtige verslagen geschreven.

Dit jaar 2026, besteden we in de bloementuin bij de Witte Kerk speciaal aandacht aan Clusius. Er zijn botanische tulpen naar hem vernoemd. De Tulipa Clusiana in variëteiten; de Duitsers noemen ze 'wildtulpen'. Ik weet niet of ze allemaal in het wild gevonden zijn of dat ze gekruisd zijn. Om mooi in bloei te komen hebben ze volle zon nodig; in de kas worden ze te slap. De originele Tulipa Clusiana wordt de 'damestulp' genoemd vanwege zijn elegante bloem en wordt al in 1607 in Leiden vermeld. Voor de tuin heb ik gekozen voor de Tulipa Clusiana Lady Jane, Cynthia, Peppermint Stick, Tinka, variëteit Chrysanta, Stellata en Taco.

Mijn verhaal heb ik geschreven met hulp van Krelage's boek uit 1946. Leest u vooral ook het boek van Mike Dash 'Tulpengekte' en kom 15 april naar de tuin van de Witte Kerk! Daar opend Carolus Clusius het Flower Event in de Witte Kerk.