Hieronder leest u één van de vele artikelen uit het boek 'KRIS KRAS door Noordwijkerhout' geschreven door Peter van den Burg.
Er werd in de volksmond van Noordwijkerhout gesproken over de molen van Cozijn. De eerste Cozijn was Martien Cozijn in 1925, hij is maar een paar jaar de molenaar geweest. Zijn zoon Leo
Cozijn is in 1926 aangesteld als molenaar van de Hoogeveense poldermolen. Maar pas een jaar later kon hij beginnen want hij moest eerst nog zijn dienstplicht vervullen. Zijn vader Martien
heeft het tot 1927 voor hem waargenomen.
Met de bouw van de molen werd in 1654 begonnen in opdracht van het voormalige bestuur van de Hoogeveense polder. De bouwkosten waren in die tijd 5.000 guldens, het type van de molen is een
achtkanter en heeft een lange tijd gemalen in de polder. Jarenlang is de bemaling door de polderbestuurders uitbesteed.
Het was volgens Cozijn ook in die tijd hoogst ongebruikelijk om een molen te verpachten. Daardoor werd er nogal veel van molenaar gewisseld. Uit de stukken van het polderbestuur bleek dat
Leo Cozijn de molenaar is met de meeste dienstjaren. Hij heeft de liefde van het molenaarsvak niet van een vreemde. Zijn vader en moeder kwamen ook uit een molenaarsfamilie.
In de beginjaren kon er alleen maar op de wind gemalen worden, pas in 1930 werd er een dieselmoter in de molen geplaatst, toen kon er ook bij windstil weer gemalen worden.
Het was een vrij dure investering voor het polderbestuur, ze waren 5.000 guldens kwijt voor de kostbare Deutz dieselmotor. Door het polderbestuur werd overwogen om de molen maar af te
breken, dit was een beleid dat in meerder polders werd uitgevoerd waardoor er vele molens verdwenen. Maar gelukkig was de meerderheid van het polderbestuur niet ontvankelelijk voor de
argumenten die werden aagedragen door verschillende leden van het polderbestuur. Er werd zelfs een extra bedrag uitgetrokken om de molen nog vele jaren te laten malen.
In 1939 werden de wieken vernieuwd met het Dekker systeem, dit was gebaseerd op een vliegtuigvleugel. Nu kon er al bij weinig wind gemalen worden. Tijdens de tweede wereldoorlog was er geen
brandstof meer voorradig voor de dieselmotor en konden ze alleen op de wind malen.
Na de oorlog is er nogal veel veranderd, er werd weiland omgeploegd of omgezogen voor de bloembollenteelt. Volgens Leo Cozijn moet je als molenaar alert zijn op de waterstand want de
bloembollen zijn daar erg gevoelig voor.
De Hoogeveense molen heeft een aantal jaren stil gestaan omdat er nodig onderhoud moest worden gedaan. De oude dieselmotor werd vervangen door een elektrische motor. In 1978 werd begonnen
met de restauratie van de molen door de firma Verbij uit Hoogmade. De molen kreeg nieuwe aluminium wieken en het aandrijfmechanisme werd vervangen. Ook de kap kreeg een nieuwe rieten
bedekking. Na de opknapbeurt van voor de oorlog was er geen groot onderhoud meer gedaan aan de molen en de restauratie was hard nodig. Leo Cozijn is 60 jaar de molenaar geweest en heeft
door de jaren heen het een en ander meegemaakt en is gestopt in 1967.
Zijn zoon Bart Cozijn heeft zijn taak als molenaar overgenomen. Maar dat wil niet zeggen dat Leo helemaal is gestopt, hij woonde naast de molen en nam er nog wel eens een kijkje. Maar in
de praktijk was hij nog dagelijks in de weer bij de molen. Molenaar Bart Cozijn is begonnen zonder een klimcertificaat, het klimmen in de molenwiek had hij al van zijn vader geleerd. Maar
van de arbeidsinspectie mocht hij er niet inklimmen zonder een klimgordel om. Dat was ook al zo met de elektrische pomp, er waren overal regeltjes voor. Als het een strenge winter was werd
het waterpeil extra hoog gehouden, dan waren de bloembollen beter beschermd om niet te bevriezen.
Het malen van de molen hangt van het weer af, als het een goede zomer was hoefde Bart Cozijn enkele weken niet te malen. Maar in de wintermaanden moest er elke dag gemalen worden. Er werd
door de molen alleen uitgemalen, want als er ingemalen moest worden dan werd er een schuif opengezet, want het waterpeil van de Leidsevaart was hoger dan het peil in de Hoogeveense polder.
De molenaar moest de regels voor veiligheid goed in acht nemen, er zijn dan ook geen ernstige ongelukken gebeurd. Alleen een verdwaald schaap en een vreemde hond zijn door de draaiende
wieken dood geslagen. De molenaars hadden ook een eigen hond, maar die werd afgericht om niet bij de draaiende wieken te komen. Om een molenaarshond af te richten bonden ze de hond aan een
kruipaal vast met een kort touwtje. Aan één van de wieken werd nog een kort touwtje gebonden en bij elke omwenteling kreeg de hond dat touwtje op zijn rug. Maar na een paar tikken met dat
touwtje kwam de hond niet meer in de buurt van de draaiende wieken.
Molenaar Bart Cozijn heeft 43 jaar lang de molen bediend en altijd met veel plezier, hij was met de molen opgegroeid. Het is maar goed dat de voorgenomen sloop in 1930 niet doorging, want
nu staat de molen nog steeds als een baken tussen de bloembollenvelden.
Het polderbestuur had besloten dat er een nieuw poldergemaal moest komen, in 2016 werd door het Hoogheemraadschap van Rijnland het poldergemaal in gebruik genomen. Het is een elektrisch
gemaal en helemaal automatisch aangedreven. De oude molen kan nu ook nog bijspringen als het een erg natte periode is, dan laat de vrijwillige molenaar Tom Melman de molen draaien.
In 1971 werd de watermolen op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.
Voor meer informatie kijkt u op onze
beeldbank.
Het boek 'KRIS KRAS door Noordwijkerhout' is voor € 15,- te koop tijdens onze
openingstijden.