NOORDWIJKERHOUT
De bevolking en haar ontspanning in 1966
Scriptie Pedagogische Academie Hertenduin
voor het vak CuMa
Cultureel-Maatschappelijk leven Nederland
Jan A.M. van Hensbergen
Opbouw scriptie
Verantwoording
Verantwoording
Waarom een scriptie over Noordwijkerhout?
Wel…., omdat dit dorp je niet meer loslaat als je er bent opgegroeid.
Om misvattingen te voorkomen:
Als er sprake is van Noordwijkerhouters, worden Noordwijkerhouters-in-bijzondere-zin bedoeld. Is dit niet het geval, dan is de context duidelijk genoeg. Daar herkent u zichzelf wellicht.
De Dorpsstraat rond 1900. Rechts de hoefsmid van wagenmakerij Roodenburg daarnaast het pand van Jan Schouten, schoenmaker en muziekleraar, verder richting centrum op de hoek Havenstraat,
de familie Bemelman met schilderswinkel, later drogisterij. Op de achtergrond het Witte Kerkje met onder de bomen in de verte Herberg 't Rechthuis Links het pand van de familie Piek
met textiel & naaigarnituur.
1. Demografische effecten
Hoewel we weten, dat het dorp in 1834 ruim 400 inwoners telde, is het jaar 1880 een goed uitgangspunt voor een analyse van de bevolkingsgroei.
In dat jaar werd begonnen met een regelmatige en nauwkeurige administratie van de gehele Nederlandse bevolking. Dus ook van de Noordwijkerhoutse,
die zich meer dan 2000 jaar geleden ontwikkelde vanuit de Wieg der Kaninefaaten in de brede duinenrij tussen het huidige Haarlem en Leiden.
Op de volkerenkaart is te zien, dat ‘onze bovenburen’ de (West-)Friezen en de Batavieren onze oosterburen waren. In de dialectenkaart van Nederland wordt het Noordwijkerhouts gezien
als onderdeel van het Westfries/Kustfries, dat tot in het huidige Scheveningen als zodanig herkenbaar is.
Toen de familie Van Hensbergen zich in 1834 vestigde in Noordwijkerhout met een boerderij, bakkerij en kokerij, telde het dorp ongeveer 400 inwoners.
Op 1 januari 1880 waren er 1500 Noordwijkerhouters; in 1957 werd de tienduizendste ingeschreven.
Zoals op tabel 1 te zien is, is de groei van Noordwijkerhout groter dan de gemiddelde groei van Nederland. Ook komt die uit boven het streekgemiddelde. Dit is te verklaren door de
oprichting van enkele “gestichten”, zoals ze in het dorp vanouds genoemd werden. Het zijn:
- Kostschool en Weeshuis “De Voorzienigheid”
- Het Retraitehuis “St. Clemens”
- De neutrale kostschool “'t Hoogt”
- Vormingscentrum “De Vonk”
- Psychiatrische Inrichting “St. Bavo” voor mannen
- Psychiatrische Inrichting “Sancta Maria” voor vrouwen, waarvan hoofdgebouw/administratie in Noordwijkerhout; de paviljoens in Noordwijk lagen.
- Kostschool/seminarie “De Leeuwenhorst”
| Tabel 1. | Bevolkingsgroei 1880 - 1960 |
| Nederland | Bollenstreek | Noordwijkerhout |
bron: ETI-rapport Noordwijkerhout
Tot 1895 verliep de bevolkingsgroei trager dan in de streek en in geheel Nederland. Dit was te wijten aan een vertreksaldo dat meer dan 50% bedroeg van de gehele natuurlijke aanwas.
Er was geen droog brood meer te verdienen na "de grote afzanding", ingezet rond 1830 voor de aanleg van de spoorlijn Haarlem - Leiden.
Na 1880 breekt er voor de gehele streek een periode aan van snelle groei. Er ontstond een behoefte aan arbeidskrachten, vooral als gevolg van de uitbreiding van de toentertijd nog
arbeidsintensieve bollencultuur. De zandwinning kreeg weer een impuls, toen in 1903 de Van Herwaarden Kalkzandsteenfabriek te Hillegom werd opgericht.
Deze behoefte aan arbeidskrachten nam in sneller tempo toe dan de aanwas van de bevolking. Zo trad in deze periode in de gehele Bollenstreek een vestigingsoverschot op dat 30% bedroeg
van de natuurlijke aanwas. In Noordwijkerhout bedroeg dit cijfer zelfs 50%.
Van 1910 tot 1920 is er echter in de Bollen-/Duinstreek weer een vertraging merkbaar in het groeitempo. In Noordwijkerhout breekt nu daarentegen een tijd aan van versnelling.
Dit komt voornamelijk door de stichting van enkele instituten.
In 1906 werd de neutrale kostschool “’t Hoogt” gesticht,
in 1910 het “St. Clemens” Retraitehuis,
in 1914 de Psychiatrische Inrichting “St. Bavo”,
en in 1918 het vormingscentrum “De Vonk”.
Van hoeveel invloed de oprichting in die jaren was, is niet meer na te gaan. Het vestigingsoverschot overtrof in deze jaren echter het geboorteoverschot met 25%. Ook de kostschool
annex weeshuis, De Voorzienigheid, opgericht in 1865, onderging in deze jaren enige uitbreiding.
Op 1 februari 1965 bedroeg het aantal mensen dat door deze instituten staat ingeschreven in de burgerlijke stand van Noordwijkerhout 1.653.
Het totaal aantal ingeschrevenen was 12.654.
In 1930 verloopt de groei weer evenredig aan de gehele streek.
Tijdens de laatste oorlogsjaren zien we op tabel 1 een daling. Dit komt voornamelijk door de evacuatie van de bewoners van St. Bavo. naar Rotterdam, "dat al gebombardeerd was.”
Ons dorp werd als onderdeel van de Atlantikwal nog als kwetsbaar beschouwd.
Leeftijdsopbouw
Noordwijkerhout heeft een relatief jonge bevolking. De leeftijdsklassen tot en met 29 jaar zijn sterk vertegenwoordigd. Daarentegen zijn de oudere leeftijdsklassen minder sterk bezet.
Een opvallend verschijnsel is de grote stabiliteit in de verdeling van de bevolking over de diverse leeftijdsklassen.
Uit bevolkingspiramiden bleek duidelijk, dat de opbouw vanaf 1920 praktisch dezelfde is gebleven. We zouden hier dus kunnen spreken van een structuurelement.
Tabel 2:
Leeftijds-opbouw in procenten, ontleend aan het E.T.I. & Stuart.
| | 1920 | 1947 | 1960 |
| Leeftijd | Nwh | NL |
Nwh | NL | Nwh | NL |
| 0 - 14 | 36,04 | 32,6 |
36,59 | 29,28 | 35,8 | 30,8 |
| 15 - 29 | | |
| | 24,2 | 22,5 |
| 30 - 44 | 58,97 | 61,51 |
58,49 | 63,62 | 16,2 | 18,9 |
| 45 - 64 | |
| | | 15,3 | 19,9 |
| 65+ | 4,99 | 5,89 |
4,92 | 7,1 | 5,2 | 8 |
In de leeftijdsklassen tot en met 29 jaar blijkt ook nog een zeer grote concentratie in de leeftijdsklassen tot 15 jaar. Het gevolg hiervan voor de gemeente komt later nog ter sprake.
We zien dus dat, terwijl het aantal kinderen beneden de 14 jaar in Nederland relatief afneemt en het aantal 65 jarigen en ouderen toeneemt,
er in Noordwijkerhout van dit verschijnsel géén sprake is.
De economische structuur
In hoeverre neemt Noordwijkerhout productief deel aan het economisch leven in Nederland? Volgens de laatste gegevens oefent 33,6% van de totale Noordwijkerhoutse bevolking een beroep uit.
In Nederland is dit 40,2%.
Men kan uit deze getallen de volgende conclusies trekken:
1. Er zijn veel mensen die ouder zijn dan 65 jaar.
2. Er zijn veel niet werkende jongeren.
3. Er heerst veel werkeloosheid.
Ad 1:
Het aantal mensen dat de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, ligt relatief lager dan in geheel Nederland. Bovendien ligt het percentage van de mensen die nog werken op ruim 37%.
Voor Nederland daarentegen op 35%.
Ad 2:
Voor de bevolking jonger dan 30 jaar oefent van de mannen 41.8% en van de vrouwen 76,5% een beroep uit. Voor Nederland zijn deze getallen respectievelijk 32,5% en 61,3%.
Ad 3:
De werkeloosheid draagt evenals in de hele Bollenstreek het karakter van seizoenwerkloosheid. We vinden hier een winterwerkeloosheid. Immers, vóór de winter moeten de bollen de grond
in en daarna is er niet veel te doen. ’s Zomers daarentegen is er weer volop werk. Zodoende vinden we hier in de winter veel mensen zonder werk en ’s zomers een te verwaarlozen aantal.
Hiervoor verwijzen we naar tabel 3.
In 1964 waren er in januari 360 werklozen en in juni 29 in de gehele bollenstreek!
We moeten dus in de drie bovenstaande punten geen verklaring proberen te vinden. Na enig zoeken kwamen we tot de volgende twee conclusies:
- De grote concentratie in de leeftijdsklasse tot 15 jaar heeft tot gevolg, dat het aantal personen in de productieve leeftijd relatief veel lager is dan in Nederland.
- De psychiatrische inrichting, met ongeveer 800 volwassen patiënten, verlaagt dit cijfer eveneens zeer sterk.
De andere instituten oefenen een nauwelijks merkbare invloed uit op dit cijfer door hun gering aantal personen dat geen beroep uitoefent.
We kunnen nog wel de conclusie trekken dat de Noordwijkerhoutse bevolking op relatief jeugdige leeftijd begint te werken en hiermee in belangrijke mate nog doorgaat na het
overschrijden van wat algemeen als pensioengerechtigde leeftijd wordt beschouwd.
| Tabel 3 | Werklozen per 1000 werkenden |
| | Noordwijkerhout | Bollenstreek | Nederland |
| 31-01-1933 | 229,3 | 246,2 | 200,3 |
| 31-07-1933 | 54 | 84,2 | 151 |
| 31-01-1938 | 182,5 | 190,6 | 186,2 |
| 31-07-1938 | 33,2 | 44,3 | 139,3 |
| 31-01-1953 | 53,2 | 52,5 | 45,1 |
| 31-07-1953 | 3 | 5,4 | 19,7 |
| 31-01-1957 | 23,2 | 18,2 | 9,6 |
| 31-07-1957 | 4,4 | 3,7 | 6,1 |
Economisch gezien is de ontwikkeling van Noordwijkerhout zeer gezond te noemen. De agrarische bedrijfstak is zich, zeker wat betreft de bollenteelt gunstig aan het ontwikkelen,
het toeristische bedrijf gaat steeds sneller vooruit, terwijl ook de industrie zich aan het uitbreiden is.
Gezien het ruimtegebrek in de Randstad is het echter niet denkbeeldig, dat het voortbestaan van de bollenteelt in gevaar komt. Immers, bij uitbreiding van de industrie zal er niet
alleen grond nodig zijn voor bedrijfsgebouwen. Woningbouw zal nog meer grond opeisen, wanneer de woonfunctie van de streek zich sterk zou gaan ontwikkelen. Ook de andere dorpen in de
Bollen-/Duinstreek breiden sterk uit.
Daarnaast kan uitbreiding van de industrie door wegzuiging van arbeidskrachten de seizoenarbeidsmarkt verstoren.
Indien we er van uitgaan dat goede bollengrond niet aan zijn huidige bestemming mag worden onttrokken -er is immers nergens in Nederland betere grond voor bollen dan in de Bollenstreek,
wordt gezegd- dan zal de uitbreiding van inwoneraantal en niet-agrarische bestaansmiddelen met overleg moeten geschieden.
Buiten de grond is er ook nog de waarde van de bloembollenexport. In het exportseizoen 1963/64 was de totale waarde van de bloembollenexport f 277.428.184,- (ruim 125 miljoen Euro)
Het aandeel van de gemeente Noordwijkerhout was hierin 3.27% oftewel: f 9.171.902,--. (bijna 4.167.000 Euro)
De waarde van landbouwgrond als "groene long" is nog niet berekend.
Tabel 4:
Beroepsbevolking naar bedrijfstak in % van totale Beroepsbevolking (1960).
| | Landbouw | Nijverheid | Handel- Verkeer | Diensten |
| Noordwijkerhout | 35,1 | 22,3 | 16,3 | 26,3 |
| Bollenstreek | 28 | 26,3 | 20,2 | 25,5 |
| Nederland | 10,7 | 42,2 | 23,1 | 24 |
De beroepskeuze onderscheiden naar bedrijfstak
Van alle bedrijfstakken verschaft de landbouw nog altijd de meeste werkgelegenheid. Ruim 1/3 van de totale beroepsbevolking vindt werk in deze sector.
De land- & tuinbouw maakt bovendien het bestaan van een aantal toelevering- en verwerkingsbedrijven mogelijk. De verzorgende bedrijven (ambacht, verkeer, handel en diensten) zijn
eveneens voor een gedeelte afhankelijk van de koopkracht van de agrarische beroepsgroep.
De dienstensector komt op de tweede plaats, omdat het aantal vrouwen werkzaam in “huiselijke diensten” nog groot is. (29% van de vrouwelijke beroepsbevolking) en omdat "de Bavo” veel
personen aantrekt in de genees- & verpleegkundige dienst.
Handel, Nijverheid en Verkeer zijn wat achtergebleven, zowel in vergelijking met de streek als met het landelijk gemiddelde.
Tabel 5:
Gehuwden naar leeftijdsklassen in % van de totale Beroepsbevolking. (1960)
| Vrouwen | 15 - 19 | 20 -24 | 25 - 29 | 30 - 34 | 35 - 39 | 40 - 44 | 45 - 49 |
| Nwh | 0,1 | 28,6 | 68,3 | 82,6 | 85,6 | 84 | 84,4 |
| NL | 3,6 | 40,1 | 78,5 | 82,2 | 86,9 | 85,5 | 82,2 |
| | | | | | | | |
| Mannen | 15 - 19 | 20 -24 | 25 - 29 | 30 - 34 | 35 - 39 | 40 - 44 | 45 - 49 |
| Nwh | 0 | 9 | 43,6 | 82,2 | 89,6 | 92,5 | 93 |
| NL | 0,5 | 16,5 | 62,6 | 83,8 | 89,1 | 90,6 | 89,9 |
Het gezinsleven
Bij het bestuderen van tabel 5 valt op, dat er in Noordwijkerhout aanzienlijk later gehuwd wordt dan in Nederland als geheel. Eén van de oorzaken hiervan is de economische afhankelijkheid,
waarin de kinderen verkeren ten opzichte van hun ouders. Voor een bollenkweker of veehouder betekenen zonen goedkope arbeid. Als de zonen op een leeftijd van 20 jaar trouwen in plaats
van wanneer ze 30 zijn, verliest het bedrijf goedkope arbeid.
In veel arbeidersgezinnen is het al niet anders. De kinderen dragen hun loon af en krijgen daarvoor kost en inwoning. Ouders met een eigen bedrijf kunnen hun kinderen er gemakkelijk
toe brengen, door ze te wijzen op de verdiensten die zij (door hun inspanningen nu) later zullen plukken (door overname bedrijf).
Voor de ouders uit de arbeidersklasse is dit minder gemakkelijk. Onder de zoons van landarbeiders, die in de industrie werken, vindt men dan ook nog al wat jonge mensen met een
opstandige mentaliteit. Het verzet tegen het patriarchale ouderlijk gezag, dat begonnen is met een verlangen naar economische zelfstandigheid, keert zich later tegen de
traditionele opvattingen van de ouders.
Als gevolg van het groot aantal kinderen in de kwekersgezinnen en de schaarste aan grond kunnen niet alle zonen een bedrijf krijgen. Op verschillende manieren probeert men een oplossing
te vinden voor deze moeilijkheid. Soms leggen de zonen zich toe op de commerciële aspecten van het bedrijf. Zij trekken dan als bollenreiziger naar het buitenland of beginnen een
aanverwant bedrijf als bloemenopkoper, makelaar of koelhuiseigenaar.
Sommigen emigreren om in het buitenland een bollenbedrijf te beginnen; anderen gaan over naar niet-agrarische bedrijfstakken. Dit laatste doet, vooral wanneer dat de industrie is,
dikwijls een acuut generatie-conflict ontstaan. De jonge mensen vervreemden door hun werkritme van het agrarisch milieu met zijn seizoenswerkeloosheid. Zij komen in aanraking met bewoners
uit een andere streken, die er vaak ideeën op na houden die afwijken van de Noordwijkerhoutse. Belangrijk is ook, dat de vader van de zoons niet langer kan optreden als de ervaren leider
van het werk, die zijn kennis aan de jonge generatie overdraagt. Er is een opkomende technische industrie. Ook binnen de bollenteelt/landbouw zijn grote innovaties aan de gang.
Er wordt geëxperimenteerd met plant- en rooimachines, pel- en sorteersystemen.
Het lijkt er op, dat de tijd dat deze scriptie geschreven wordt (1966) wel eens het kantelpunt zou kunnen zijn van het vredig, in zichzelf besloten ambachtelijk dorpje in de duinen,
naar een open, meer gevarieerde gemeenschap met een breder palet aan economische bedrijvigheid.
2. De vrijetijdsbesteding
Het ontspanningsleven in Noordwijkerhout kenmerkt zich de laatste jaren door regelmatig optredende aanpassings-crises.
Sociaal-economisch heeft de gemeente, zoals we reeds gezien hebben, een zeer snelle ontwikkeling doorgemaakt. De culturele ontwikkeling heeft zich hierbij niet kunnen aanpassen.
We zouden kunnen spreken van een ‘cultural lag’, een cultuurhiaat.
De gemiddelde Noordwijkerhouter verdient een goede boterham, loopt er goed gekleed bij; de behuizing staat over het algemeen op een behoorlijk peil, maar het culturele niveau is laag.
Dit niveau kunnen we onder meer sonderen in de plaatselijke bibliotheek annex kantoor-boekwinkel naast herenkapsalon Willemse aan de Dorpsstraat. De boekhandelaar vertelde, dat er in de
winter, als de bollenkwekers over veel vrije tijd beschikken, meer kaartspellen dan boeken worden verkocht. Ook het genre dat men leest is bijzonder illustratief. De volwassenen lenen bij
de bibliotheek, die bijna 3.000 boeken in bruin kaftpapier met nummer op de rug omvat, bij voorkeur detectives, wildwest stories en kinderboeken (voor zichzelf, niet om vóór te lezen).
Voornamelijk de jeugd leest echter. Slechts de kinderen die op de ULO of HBS zitten vragen volgens de winkelier/boekuitlener “het betere soort literatuur”. Ook de “Raad van Overleg”,
bestaande uit acht vertegenwoordigers van de Katholieke Arbeiders Bond, de middenstand en de Land- & Tuinbouw Bond, probeert de mensen cultureel gevoel bij te brengen,
door het organiseren van toneelavonden, lezingen etc.
Dit streven vinden we ook bij de Instuif, afdeling van de landelijke Instuif, die haar leden, uitgaande van een film- & dansaanbod in het weekend, tracht mee te nemen in een cultuurplan.
Hierbij moet echter wel worden opgemerkt, dat de lezingen die hiertoe werden georganiseerd door gebrek aan belangstelling werden omgezet in kaartavonden.
In de Ireneschool heeft men ook culturele avonden georganiseerd. De belangstelling was echter te gering om door te gaan. Het is een moeizaam proces en dat zal het voorlopig nog wel blijven.
Naast de kaartavonden wordt een groot deel van het ontspanningsleven in Noordwijkerhout ingenomen door verenigingsactiviteiten. Wij treffen hier een veelheid van verenigingen aan, gelijk
in heel Nederland. En zoals het nu eenmaal ons volk kenmerkt, gaat het verenigingsleven ook hier gepaard met een "neiging tot verbijzondering".
De verenigingen kunnen het beste worden ingedeeld naar de aard van hun doelstellingen.
Zo komen we tot:
- Vak- & Standsorganisaties, sociaal-economische belangenverenigingen
- Sportverenigingen voor binnen- en of buitensport
- Gezelligheidsverenigingen met specifieke aspecten
Verenigingen voor specifieke belangen “Vak- & Standorganisaties”
Dergelijke verenigingen zijn er veertien, waaronder:
de KLTB, de Katholieke en Christelijke Land en Tuinbouwbond,
de KAB, de Katholieke Arbeiders Beweging
de KWJ, de Katholieke Werkende Jongeren
de NOV, de Noordwijkerhoutse Ondernemers Vereniging
Ze hebben bijna allemaal een jaarlijkse vergadering met bal na, maar houden bijeenkomsten in besloten verband. Daar ze eigenlijk weinig of niets toevoegen aan het algemene
ontspanningsleven, blijven ze hier buiten beschouwing. Van de NOV kan wel gezegd worden, dat ze voor de Noordwijkerhoutse middenstand een vakantierooster hebben ontwikkeld, waardoor alle
winkeliers een paar weken dicht konden en voor de bakkers, die nog aan huis bezorgden, de broodwijken hebben gesaneerd, waardoor alle bakkers zonder omzetverlies maar in een bepaald
aantal straten brood bezorgden.
Sportverenigingen:
| a) | R.K. Sportvereniging GIOS, ‘Gym Is Onze Sport, | 297 leden |
| b) | R.K. VVSB, Voetbalvereniging St. Bavo, | 328 leden |
| c) | R.K. Tafeltennisvereniging “Wilskracht”, | 34 leden |
Verenigingen gericht op gezelligheid en nationale of religieuze waarden
| A: | Jeugdverenigingen zoals: | |
| | Verkenners, padvinders, welpen, gidsen, kabouters, knutsel- en hobbyvereniging. | |
| | Deze tellen gezamenlijk | 284 leden |
| B: | Muziekverenigingen | |
| | Christelijke Muziekvereniging “Harpe Davids” | 38 leden |
| | R.K. Harmonie “St. Jeanne d’Arc” | 63 leden |
| | Zangvereniging “Concordia” | 32 leden |
| | R.K. Zangvereniging “Rokazano” | 28 leden |
| C: | De Oranjevereniging | 523 leden |
| | Is actief met de vieringen van het Koningshuis, Kinderspelen, Harddraverij, Kermis | |
| D: | De Toneelverenigingen | |
| | Alle met een Rooms-Katholieke achtergrond, verdeeld over de parochies: | |
| | R.K.T. “Meer vreugde” | 27 leden |
| | R.K.T. “Je amuseert je altijd”(JaJa) | 25 leden |
| | R.K.T. “Ontspanning door inspanning” (ODI) | 32 leden |
| E: | De Feestverenigingen | |
| | Carnavalsvereniging “De Kaninefaaten” met eigen Boerenblaaskapel | 17 leden |
| | Organiseert Prinsverkiezing en Carnavalsvieringen met Optocht | |
| | Sociëteit “De Batavier” | 13 leden |
| | Organiseert sociëteitsavonden, klaverjaswedstrijden, excursies naar brouwerijen, puzzelritten etc. | |
| | De Instuif, organiseert muziek- & dansavonden in het weekend | 275 leden |
De Evenementencommissie
Uit de Middenstandsvereniging NOV, de sinds kort opgerichte VVV voor de bevordering van het toerisme, de “Harpe Davids” en de “St. Jeanne d’Arc” is de commissie gevormd die, zoals de
naam al aangeeft, beoogt: het organiseren van evenementen. Dit doet zij vooral om het dorp voor toeristen aantrekkelijk te maken. Een ambachtelijke markt, een muziekshow op de brink,
een winkelwedstrijd met fraaie etalages zijn enkele van de activiteiten die met veel trots worden ontwikkeld.
Al deze verenigingen nu zijn voor hun contactavonden etc. aangewezen op de 2 zalen. Bij Hotel Van der Geest betreft het de feest- en toneelzaal die3 in de zomer ook restaurantzaal is en
bij P.A. Brama de feest- en toneelzaal die in het weekend ook als bioscoop dienst doet. Er zijn nog wel enige andere plaatsen, o.a. het Victor parochiehuis, het Jozef jeugdhuis en hotel
Zegers (alleen heel kleine vergaderingen en bruiloften), maar de behoefte aan ruimte is groter dan de voorzieningen bieden. Daarom is er het verlangen ontstaan naar een dorpshuis.
De plannen hiervoor nemen inmiddels al vastere vormen aan.
Het stiefkind: de sport
In het hele dorp vinden we welgeteld één kleine gymzaal. Deze is bestemd voor vier scholen, de tafeltennisvereniging en in de avonduren voor de GIOS, "Gym Is Onze Sport". Ook het gemis
aan sportvelden doet zich gelden. Er is er slechts één, het voetbalveld van Sint Bavo, het psychiatrisch ziekenhuis.
Het veld ligt ver buiten de bebouwde kom en heeft zeer beperkte voorzieningen.
Het R.K. seminarie De Leeuwenhorst heeft voor zijn paar honderd studenten een betere binnen- en buitensportaccommodatie dan de gemeente Noordwijkerhout voor zijn 10.000 inwoners.
Conclusie
Al met al is het ontspanningsleven door te weinig mogelijkheden zeer bescheiden, welhaast armtierig, maar wel zeer gezellig. Velen zoeken echter ook hun ontspanning in de omliggende
plaatsen (Hillegom, Haarlem, Lisse, Leiden en Noordwijk).
Afgelopen jaar, 1965, was het voor het eerst dat er in Noordwijkerhout ieder weekend een gelegenheid was voor dans & vertier, RK Jongerenvereniging De Instuif. Dit is echter alleen
’s winters mogelijk, daar de ruimte ’s zomers door het betreffende hotel gebruikt wordt als eetzaal voor toeristen. Ten dienste van het vermaak is er dus ook nog de bioscoop van
P.A. Brama, die drie keer per week geopend is.
Het leven van iedere rechtgeaarde Noordwijkerhouter kent jaarlijks twee hoogtepunten: de carnaval en de kermis. Van heinde en verre stromen dan de oud Noordwijkerhouters toe om met
hun vrienden en familieleden deze feesten te vieren.
Een duidelijke verklaring voor deze grote feesten en hun aantrekkingskracht is niet te vinden. Er zijn wel een paar punten ter verklaring aan te voeren:
- De tijd waarin deze feesten plaats vinden
- De geaardheid van de bevolking
Ad 1: De tijd waarin de feesten plaats vinden
De kermis wordt gevierd na het drukke bollenseizoen. De bollen zitten weer in de grond. Het zware werk zit er op. Om met de Noordwijkerhouters te spreken: “Daar moet op gedronken worden.”
De carnaval wordt zoals gebruikelijk gehouden voor de vasten en voor het begin van het nieuwe bollenseizoen. Men zou dit dus kunnen beschouwen als een warming-up, een opkikkertje.
Om weer fit aan het werk te kunnen. Een Noordwijkerhouter zei na verloop van de laatste carnaval: ”
Zo, me kennedur vullopig wir teuge.”
Ad 2: De geaardheid van de bevolking
De doorsnee Noordwijkerhouter is een opgewekt en vrolijk mens, sterk gebonden aan familie en buren. Ze kennen elkaar ook allemaal. Mensen die zich in het dorp vestigen, worden als ze
er zelf ook voor open staan, meteen in de gemeenschap opgenomen.
Nawoord
Deze scriptie beoogt enig inzicht te geven in het Noordwijkerhout zoals het zich nu voordoet. Vele problemen en onderwerpen zijn niet ter sprake gekomen. Dit betekent echter volstrekt
niet dat die minder belangrijk of niet interessant zouden zijn. De schrijver heeft zich echter moeten beperken.
Noordwijkerhout 1966
Jan A.M. van Hensbergen
Bij het schrijven van deze scriptie heb ik morele steun ondervonden van vele Kaninefaaten en van alle Batavieren.
Ook zijn: Drs. C.J. Stuart C.S.S.P. met zijn boek: “De Zuidhollandse Bollenstreek” en het Economisch Technologisch Instituut met: “Noordwijkerhout” mij van zeer grote waarde geweest.
Naar hen allen gaat mijn oprechte dank uit.
Nawoord bij herziene uitgaven 1998/2022
Ons "dorpslied" is als een eeuwigdurend refrein in het ritme van de deinende zee.
Refrein:
Hoe schoon zijn de duinen
hoe schoon is het strand,
van Noordwijkerhout
de bloem van ons land.
Hoe schoon zijn de velden,
dat maakt me zo blij,
dat is hier op aarde
de hemel voor mij!
´t Is zo fijn te wonen in Noordwijkerhout,
waar nog frisse lucht is, door zee en duin en woud.
Waar de mensen één zijn, rond en recht door zee,
daar wil ik altijd wonen, ben er tevree.
(Refrein)
Dorpje in de duinen, men kent je overal,
met je Witte Kerkje en je carnaval,
met je mooie wijken, fris en ruim gebouwd,
daar wil ik altijd wonen: Noordwijkerhout.
(Refrein).
Vanaf 1968 komen er grote ontwikkelingen in ons dorp
Niet alleen door "De jeugd van Anti Portas", zoals wethouder Piet Heemskerk ons noemde, maar ook vanwege de Mater Amabilisschool die door Martin Kneppers en Theo Verweij, leraren van
de huishoudschool, werd getransformeerd tot VJV-centrum De Mast.
En er waren ineens twee popgroepen: The Skydevils en The Saints, die tot ver buiten de Bollenstreek populair werden. Daarvoor werden feestavonden muzikaal vooral opgeleukt door
Piet & Piet, met gitaar en accordeon, of door leerlingen van de Muziekschool van Munster.
Het COIN, Comité Overdekt Instructiebad Noordwijkerhout, een initiatief van Majoor Gerrit Maarseveen, gemeenteraadslid AR/CHU en Piet Heemskerk, Wethouder VVD en directeur van Melkfabriek
De Landbouw, zet zich in voor een zwembad met beweegbare bodem ter bevordering van het schoolzwemmen en afmetingen voor officiële wedstrijden; de CSB, Culturele Stichting Bollenstreek,
door Pastoor Hammerstein van de Victor, opgericht met veel "expats" die meer kunstzinnige reuring wilden in de pas gerenoveerde kerk.
De Grote Afzanding
Waarbij metershoge duinen werden afgegraven, waaraan een akelig smalle Gooweg als hoofdverbindingsweg Noordwijk-Noordwijkerhout nog dagelijks herinnert, was in eerste instantie bedoeld
voor het spoortalud Haarlem-Leiden dat door de Hoogeveense Polder liep. Het is doorgezet tot ongeveer 1970 waarbij de zanderij werd uitgediept tot "het Oosterduinse Meer" voor de
kalkzandsteen-fabriek "Van Herwaarden" in Hillegom die vanaf 1903 met karrevrachten en trekschuiten (langs de Leidse Vaart lag oorspronkelijk een jaagpad) van duinzand werd voorzien.
Noordwijkerhout had veel bollengrond gewonnen, goed voor de economie en een attractief "Como"-meer, goed voor de sportieve recreatie. En beide goed voor het toerisme.
Maar het dorp had het Guldemond Arrest verloren. De gemeente mocht zich vanaf 31 december 1915 niet meer bemoeien met de landinrichting, sloten en bruggen op de door Guldemond verworven
bollengronden. Vanuit het centrum kon je niet meer via 't Harde Pad en het Kippenbruggetje naar de Vlashoven en de Victor, waar nog een klein stukje van de oude Molenweg te vinden is.
Maar:
Noortigh in ’t Hout, kortweg Noortukkerhout, een klein rustiek dorpje, rond het Witte Kerkje en het Rechthuis, waar Dominee & Baljuw honderden jaren de dienst uitmaakten, lijkt in
150 jaar door het afzanden en verkwanselen van zijn duinen meer dan een illusie rijker.