FacebookVolg ons ook op Facebook
Menu

Geschiedenis van Sinterklaas

18 november 2023
Sint Nicolaas De figuur van Sinterklaas is gebaseerd op de Griekse bisschop Nicolaas van Myra, die aan het eind van de derde en het begin van de vierde eeuw na Christus in Lycië in Klein-Azië leefde en bekendstond om zijn goede daden. Hij werd in 550 door de Grieks-Katholieke kerk heilig verklaard. In een van de legenden wordt verhaald hoe hij gouden ballen bij een arme familie naar binnen wierp. Volgens de overlevering is 6 december de overlijdensdatum van bisschop Nicolaas van Myra, zijn geboortedag is onbekend.

Nicolaas van Myra
Nicolaas van Myra werd geboren in Patara te Lycië dat in Antalya, hedendaags Turkije ligt, maar in het jaar 280 bij het Romeinse Rijk hoorde. Later werd hij bisschop van Myra, de hoofdplaats van Lycië. Hij stierf op 6 december 342. Al snel na zijn dood werd de Sint-Nicolaaskerk waar hij begraven was een bedevaartsoord. In 550 werd hij door de Grieks-Katholieke kerk heilig verklaard. Eeuwen later, na de inval van de moslims in het gebied, werden de stoffelijke resten van de heilige in 1087 weggehaald en naar Bari gebracht, uit angst voor vernietiging door de Seltsjoeken, een tak van de Oghuz-Turken. Toen begon de verering van Sint-Nicolaas ook in West-Europa grote vormen aan te nemen.

Als heilige in het oosters christendom werd Nicolaas aanvankelijk alleen in het oosten van Europa geëerd, in het bijzonder in Griekenland en Rusland. Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was, kreeg hij in de tiende eeuw ook in de West-Europese kustnaties een grote aanhang. In de 13e eeuw werd zijn naamdag vastgesteld op 6 december. Dit versterkte de Nicolaasverering over heel Europa.

Sint Nicolaas Er zijn weinig verhalen bekend over Sint Nicolaas. Na zijn dood ontstonden de wonderverhalen. Het bekendste verhaal gaat over een arme man met drie dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas kunnen trouwen en daarom niet vervallen tot prostitutie. Hij gooide de giften door het open raam. Hier komen mogelijk het strooigoed en de chocolademunten vandaan. In latere legenden wordt geschreven dat het "strooigoed" in schoenen terecht moet zijn gekomen. Verschillende legendes van ruim achthonderd jaar na zijn dood staan ten grondslag aan Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er een legende over twee of drie kinderen of leerling-priesters die door een herbergier worden gedood en in een pekelvat gestopt, waarna Sint-Nicolaas de slachtoffers weer tot leven wekt en de herbergier en diens vrouw vergeving schenkt als ze berouw tonen. Er is daarnaast ook een legende over een kind dat in een bad door Sint-Nicolaas wordt behoed voor verbranding.

Protestantse bezwaren
Het sinterklaasfeest stuitte in Nederland na de Reformatie op protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering. Protestantse predikanten probeerden het feest af te schaffen, omdat zij het als een katholiek bijgeloof veroordeelden. Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden om deze feestdag te vieren en vaardigden sommige steden een verbod af op het zetten van een schoen of het openbaar verkopen van sinterklaaslekkernijen. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het sinterklaasfeest. Hij vond dat het geven van geschenken meer paste bij het kerstfeest.

Onder invloed van deze weerstand veranderde het sinterklaasfeest in Nederland van een religieus feest naar een volksfeest. In België bleef het religieuze karakter langer behouden. De traditie was echter zo populair dat deze nooit helemaal uitdoofde, zelfs niet bij het strengst protestantse volksdeel. Een boze predikant schreef in een boekje tegen dit onchristelijk gedoe, dat een vader op het dak klom om met een hoefijzer een afdruk op het besneeuwde dak te maken, zodat zijn kinderen zouden geloven dat Sinterklaas er werkelijk geweest was. Het feest verdween weliswaar voor een deel uit de straat, maar in huiselijke kring bleef het bestaan. Nog in 1895 sprak de burgemeester van Sluis zich uit tegen de viering op openbare scholen, maar in de 20e eeuw kreeg het feest steeds meer de wind in de zeilen.

Een gelijkaardige evolutie deed zich voor in de grensstreek tussen Duitsland en Frankrijk. In de Elzas waar het protestantisme veel aanhangers had, verdween vanaf de 16e eeuw de traditie van het sinterklaasfeest grotendeels. Sinterklaas werd er vervangen door het Christkindel dat pakjes brengt. In het katholiek gebleven Lotharingen bleef het sinterklaasfeest wel bewaard.

Sint Nicolaas Het oudste sinterklaasgebruik is het zetten van een schoen. In Nederland doet men dit vanaf ten minste de 15e eeuw, toen armen hun schoen in de kerk zetten en rijke burgers daar geld in stopten, dat onder de armen werd verdeeld. Uit de 16e eeuw bestaan beschrijvingen van het schoen zetten door kinderen in de huiskamer. De kinderen vullen hun schoen met haver en stro. 's Avonds laat vervangen de ouders dit door appels, koeken, rozijnen of geld. Speelgoed, suikergoed, gemberkoeken, pepernoten, kruidnoten, marsepein of speculaas werden ook gegeven. Andere tradities zijn het strooien van snoepgoed, het zingen van sinterklaasliedjes en de geschenken op sinterklaasavond. Het feest werd zowel in de stad als op het platteland gevierd, zoals op enkele schilderijen te zien is. Als drank werd chocolademelk, vanaf de 18e eeuw, en een gekruide wijn geschonken. Banketletters zijn sinds de 19e eeuw bekend. De ondeugende kinderen vonden een roe of zakje zout in de schoen. Links op de foto het schilderij 'De sinterklaasviering' door Jan Steen uit ca. 1665. Het laat een aantal nu nog bekende tradities zien. Het zingen van sinterklaasliedjes, de geschenken, de schoorsteen waardoor de geschenken komen, het snoepgoed, de bestraffing met de roe in de schoen.

Band met Spanje
De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Soms wordt erop gewezen dat Zuid-Italië met Bari een deel van de Kroon van Aragón is geweest en de aanduiding Spanje daarom ruimer moet worden opgevat dan tegenwoordig. Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas zelf uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. Het oudst bekende voorbeeld daarvan is het naaststaand pamflet. Sinterklaas reist daarin naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen. John Pintard, oprichter van de New-York Historical Society, liet het pamflet in 1810 drukken, maar het vers was waarschijnlijk al ouder. Het vers is in ieder geval gebaseerd op een veel ouder 4-regelig rijmpje uit 1655, waarin Spanje nog niet wordt genoemd: Sint Nicolaas

Sancte Claus, goed heylig man!
Trek uwe beste Tabaert aen,
Reiz daer mee na Amsterdam,
Van Amsterdam na Spanje,
Daer Appelen van Oranje,
Daer Appelen van granaten,
Die rollen door de Straaten.
Sancte Claus, myn goede Vriend!
Ik heb U allen tyd gedient,
Wille U my nu wat geven,
Ik zal U dienen alle myn Leven.

Algemeen wordt aangenomen dat de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) de eerste was die Sinterklaas uit Spanje liet komen. Volgens hem was Sinterklaas de "Bisschop van Spanje". Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten, en de stoomboot waarmee hij naar Nederland kwam. Nu nog steeds komt Sinterklaas tijdens de intocht meestal per boot aan. Schenkman gebruikte in zijn prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht uit circa 1850 de zeer bekend geworden beginregels Zie, ginds komt de stoomboot / Uit Spanje weer aan!. Schenkmans boekje was gewild, en de afbeeldingen zorgden er ook voor dat de entourage en het uiterlijk van Sinterklaas − een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel − in de navolgende decennia als het enige echte werd aangenomen.

Aan het begin van de 20e eeuw bestonden nog veel verschillen tussen de stedelijke viering en de viering op het platteland. Het nu nog incidenteel voorkomende Klozum, sunteklaaslopen of andere lokale varianten waren op het platteland nog gebruikelijk, maar in steden was het feest al georganiseerd rond pakjesavond en het bezoek van Sinterklaas. Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het feest, dat hierdoor gaandeweg zijn huidige vorm kreeg. De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen binnen de traditie. Volgens een enquête van het Meertens Instituut werd het in 1943 slechts sporadisch gedaan.

De kleding van Sinterklaas is in hoofdlijnen gebaseerd op die van een bisschop, omdat Nicolaas van Myra ook een bisschop was. De kleding is inclusief de pontificalia, maar vertoont enkele opvallende afwijkingen daarvan. Sinterklaas is daardoor duidelijk te onderscheiden van een echte bisschop. Opgemerkt dient te worden dat de kleding van Sinterklaas vaak om praktische redenen eenvoudiger is uitgevoerd dan hier beschreven.

Sint Nicolaas Wat bij Sinterklaas doorgaans een tabberd of tabbaard wordt genoemd, is in de katholieke liturgie de soutane of toog/toga: een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is. De eigenlijke soutane heeft 33 knoopjes ("33" verwijst naar het aantal levensjaren van Christus), maar bij Sinterklaas is deze vaak eenvoudiger uitgevoerd. Wanneer de Sint gaat paardrijden, draagt hij vaak een tot broekrok vermaakte tabberd. Over de tabberd draagt de Sint een albe. De albe is met kant afgezet en eindigt tussen knieën en enkels. Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode stola. Om deze op zijn plaats te houden, draagt Sinterklaas vaak een cingel (koord met kwastjes aan het einde) om zijn middel.

Een van de grootste en opvallendste paramenten is de rode koormantel. Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee haakjes wordt vastgemaakt. De mantel van Sinterklaas is met goud en band versierd. De binnenkant is goudgeel of wit. De mantel heeft meestal ook nog een kap met gouden franjes eraan.

Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een rode mijter. Deze wijkt zowel qua vorm als kleur enigszins af van de mijters die bisschoppen thans dragen: rode mijters worden in de Rooms-Katholieke Kerk niet gedragen. Meestal zijn ze wit of een andere basiskleur met een bij de gelegenheid passende versiering. Op de mijter kan een kruis, een enkele verticale streep, of een grote letter S van Sinterklaas voorkomen. Een kruis wordt ervaren als christelijk symbool waardoor de keuze bij gemeentes, scholen, en organisaties eerder ligt bij een neutrale mijter zonder kruis.

De kromstaf is van oorsprong een waardigheidsteken van een bisschop dat afkomstig was van de Etrusken. De staf van Sinterklaas heeft wel een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.