FacebookVolg ons ook op Facebook
Menu
Bron: Wikipedia

ATLANTIKWALL

Landkaart West-Europa De Atlantikwall in geel
De Atlantikwall was een meer dan 5.000 kilometer lange verdedigingslinie, die Nazie-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de westkust van de bezette gebieden in West-Europa heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie.

De Atlantikwall liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens met Spanje. De verdedigingslinie, die overigens nooit geheel werd voltooid, bestond uit kazematten of bunkers, kanonnen en mijnenvelden.

De Atlantikwall was geen aaneengesloten muur van verdedigingswerken zoals de naam suggereert. De verdedigingswerken waren geconcentreerd op strategische punten als haven- en riviermondingen, zoals bij Hoek van Holland en IJmuiden. Langs de tussenliggende kust werden op geruime afstand van elkaar verdedigingsposten gebouwd. De Atlantikwall was een aaneenschakeling van kustbatterijen, versperringen en ondersteuningsbunkers. Behalve artillerie tegen invasieschepen werd ook luchtafweer en antitankgeschut geplaatst. Bij dit antitankgeschut werden veelal tankversperringen aangelegd, zoals tankgrachten, drakentanden, tankmuren en tankvallen. Na de invasie in Normandië op 6 juni 1944, waarbij de Atlantikwall werd doorbroken, is de bouw grotendeels stilgelegd. Op dat moment waren er nog maar 10.273 van de geplande 15.000 bunkers afgewerkt; 799 bunkers waren nog in aanbouw.

Zoals veldmaarschalk Erwin Rommel voorspeld had, waren de eerste 24 uur van de invasie in Normandië beslissend; de Atlantikwall werd over een front van enkele tientallen kilometers op een aantal plaatsen doorbroken. Slechts in een van de vijf grote landingsgebieden - Omaha Beach, ter hoogte van Colleville-sur-Mer - konden de Duitsers de geallieerden zulke zware verliezen toebrengen dat de aanval daar dreigde te mislukken. Dankzij een effectieve misleidingsstrategie wisten de geallieerden de Duitsers er lange tijd van te weerhouden versterkingen vanuit Calais naar Normandië te halen. De geallieerden konden zo hun numerieke overwicht snel opbouwen met versterkingen vanuit Engeland, die door de Duitsers niet meer terug in zee konden worden gedreven.

Sondervig, Denemarken Een bunker in Søndervig, Denemarken
Tot het einde van de oorlog in 1945 bleven enkele goed verdedigde Franse havensteden nog in Duitse handen. Ook speelden de verdedigingswerken van de Atlantikwall nog een rol bij de Duitse verdediging van de Westerschelde en de Strijd om Walcheren in het najaar van 1944.
Bunker bij Cap Blanc-Nez Een bunker bij Cap Blanc-Nez
Bouwgeschiedenis
Om de veiligheid van Duitsland te waarborgen liet Hitler in 1933 de bouw van de Westwall (door de Geallieerden „Siegfriedlinie” genoemd) beginnen. Dat was een lijn van verdedigingswerken langs de grens met Frankrijk. De Westwall bestond uit tankversperringen, bunkers en loopgraven. Acht jaar later, toen Westelijk Europa was bezet, kwam er een plan voor een Neue Westwall. Deze zou langs de kust van Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk worden gebouwd, met een totale lengte van 5.000 kilometer, en was bedoeld om het Derde Rijk voor een eventuele invasie van de geallieerden te behoeden. Door de Neue Westwall, die later om propagandistische redenen Atlantikwall werd genoemd, kon een groot aantal troepen vrij worden gemaakt van de kustverdediging om aan het oostfront te vechten tegen de Sovjet-Unie.

De bouw van deze verdedigingslinie gebeurde in drie fasen:

Eerste fase
In de zomer van 1940, direct na de Duitse bezetting van West-Europa, begon de Duitse Kriegsmarine al met de bouw van kustbatterijen met de nodige infrastructuur (observatiepost, commandopost, munitiebunkers en zoeklichten) en versterkingen met het doel het scheepvaartverkeer voor de kust te kunnen controleren met licht tot zwaar geschut om de voorgenomen invasie van Groot-Brittannië te kunnen ondersteunen.

Na de Slag om Engeland in het najaar van 1940 werd de invasie van Groot-Brittannië afgelast; de Duitse oorlogvoering op de Balkan en in Rusland vanaf 1941 maakten de West-Europese kusten definitief van een offensieve tot defensieve frontlijn voor Duitsland. Vanaf dat moment werden plannen gemaakt voor de bouw van een samenhangend kustverdedigingsstelsel. De opdracht hiertoe werd gegeven op 14 december 1941.
Geschudsbedding Geschudsbedding met origineel artilleriestuk in het Provinciedomein Raversijde
Er moesten versterkte bunkers in gewapend beton aangelegd worden (verstärkt feldmässige type). Er werd tevens gekozen voor open circulaire geschutstellingen, die dus zo nodig ook aanvallen van reeds doorgebroken invasietroepen konden afslaan. In de maanden vanaf 23 maart 1942 werd de tactische organisatie uitgewerkt. Na Operatie Chariot, de raid op de U-bootbasis in Saint-Nazaire op 27 maart 1942, werd bovendien opdracht gegeven dit soort bases aanzienlijk te versterken.

Tweede fase
De bouw van de Atlantikwall kwam serieus op gang in de herfst van 1942 met het bevel van Hitler hiertoe op 25 augustus 1942, dus na de mislukte geallieerde Raid op Dieppe, op 18/19 augustus 1942. De bedoeling was de bouw van 15.000 bunkers tussen Schiermonnikoog en Biarritz (aan de Frans-Spaanse grens). De bunkerontwerpen werden gestandaardiseerd, namelijk van de serie 600 tot de serie 704 (in 1944). Er werden ondersteunende luchtafweerbatterijen en radarstations geïnstalleerd. De verdediging met infanterietroepen werd ook opgevoerd.

Deze bouw werd uitgevoerd door de vestinggenietroepen (Festungspioniere) en de Organisation Todt, die al vanaf 1933 onder andere de bouw van de Westwall en de Duitse autosnelwegen had gecoördineerd. Dit alles resulteerde in een reusachtige bouwactiviteit met een enorme inzet van mensen en materieel: bij de bouw van de hele Atlantikwall waren 100.000 Duitsers en 800.000 buitenlanders betrokken als werkkrachten, (waaronder in de eerste fase ongeveer 50.000 Nederlanders) en een maandelijks verbruik van 600.000 kubieke meter beton.
In eerste opzet zouden er 15.000 zware bunkers worden aangelegd, die op 1 mei 1943 voltooid zouden moeten zijn. Spoedig bleek dat het aanvankelijke doel niet haalbaar was. Door gebrek aan brandstof en bouwmaterialen waren er op die datum slechts 6.000 bunkers voltooid.

Er werd daarna meer nadruk gelegd op de verdediging van de kusthavens. Van de beoogde 399 bunkers langs de Belgische kust werden er uiteindelijk ongeveer 80 gebouwd.